In een wereld waarin veel snel moet, snel kan en snel opgelost lijkt te moeten worden, is wachten soms moeilijk geworden. We zijn gewend om iets te doen, te regelen, te versnellen. Maar in het hospice komen we ook een ander soort tijd tegen.
De tijd van waken. Van zitten aan een bed. Van luisteren naar iemands ademhaling. Van wachten op het sterven van iemand die je lief is. Dat wachten is niet leeg. En het is ook niet altijd rustig of mooi. Het kan zwaar zijn. Machteloos. Ongemakkelijk. Soms hoop je op nog even, soms hoop je juist dat het lijden niet langer duurt. Die gevoelens kunnen naast elkaar bestaan.
Dirk De Wachter schrijft in zijn boek ‘𝗪𝗮𝗰𝗵𝘁𝗲𝗻, 𝗲𝗲𝗻 𝗹𝗲𝘃𝗲𝗻𝘀𝗵𝗼𝘂𝗱𝗶𝗻𝗴 𝗼𝘃𝗲𝗿 𝘄𝗮𝗰𝗵𝘁𝗲𝗻’ als iets wat bij het leven hoort. Niet als passief nietsdoen, maar als een vorm van aandacht en nabijheid. Dat herkennen wij in het hospice. Want soms is er niets meer op te lossen. Dan blijft er iets anders over: aanwezig zijn. Een hand vasthouden. Stil zijn. Meebewegen met het tempo van de gast. Niet vooruitlopen op wat komt, maar blijven bij wat er nu is.
En juist in dat wachten gebeurt er vaak toch iets. Dingen krijgen betekenis, omdat je opmerkzamer wordt. Een blik, een ademhaling, een woord, een hand op een hand. Als je het kunt uithouden in die tussentijd, kan er iets zichtbaar worden wat later troost geeft.
Wachten op het afscheid vraagt veel van naasten. Daarom proberen wij er te zijn. Niet om het wachten weg te nemen, maar om het samen iets draaglijker te maken.
